Lier Actueel - Lierinbeeld

Home Actueel Nieuws - archief Verkeersberichten Over LierActueel Contact Gebruiksvoorwaarden Website Lierinbeeld

Academische zitting bij Anne Frank tentoonstelling


Lier, 27 januari 2022: In het kader van de tentoonstelling ‘Laat me mezelf zijn’ werd een academische zitting gehouden in Het Vredeberg. De educatieve tentoonstelling voor jongeren loopt in het Vleeshuis op de Grote Markt van 5 februari tot 4 april 2022.

Drie sprekers behandelden diverse Holocaust feiten voor een tachtigtal aanwezigen.

Dr. Dienke Hondius docent geschiedenis aan de Vrij Universiteit Amsterdam faculteit Geesteswetenschappen en stafmedewerker aan het Anne Frank Huis. Ze sprak over “De Joodse onderduik, het Anne Frank huis en andere onderduikadressen”.

Burgemeester en historicus Rik Verwaest onderhield de toehoorders over “Een zwarte bladzijde, een vergeten verhaal: de Holocaust in Lier”.
“De Holocaust. Een Joods gezin dat probeert onder de radar te blijven. Verklikking. Een inval, aanhouding, deportatie en dood. Alleen de vader die overleeft. Klinkt dit verhaal u bekend? Maar dit is niet het verhaal van Anne Frank. Dit is een Liers verhaal. Dat van de familie Lemel-Zolty. Een zwarte pagina uit het verleden van onze stad, maar bijna helemaal vergeten”, begint Verwaest zijn uiteenzetting. De ganse toespraak kan u verder lezen.

Als derde en laatste spreker bracht Dr. Maarten Van Alstein “Van Verleden naar heden: bespiegelingen over herinneringseducatie.” Dr. Van Alstein is Senior onderzoeker aan het Vlaams Vredeinstituut.

Leerlingen van de Lierse Podiumacademie brachten een muzikaal intermezzo.
(MSL/foto’s MSL)



“Zwarte bladzijde, vergeten verhaal: de Holocaust in Lier” door Rik Verawaest burgemeester van Lier en historicus.

“De Holocaust. Een Joods gezin dat probeert onder de radar te blijven. Verklikking. Een inval, aanhouding, deportatie en dood. Alleen de vader die overleeft. Klinkt dit verhaal u bekend? Maar dit is niet het verhaal van Anne Frank. Dit is een Liers verhaal. Dat van de familie Lemel-Zolty. Een zwarte pagina uit het verleden van onze stad, maar bijna helemaal vergeten.

Als trotse Lierenaar en historicus maakte ik mijn licentiaatsthesis natuurlijk over mijn prachtige stad. “Kleine man, grote oorlog” uit 2007 bekeek de Tweede Wereldoorlog door de ogen van Alfred Van der Hallen, de VNV-oorlogsburgemeester van Lier.
Wat meteen opviel was hoe diep de wonden van de oorlog nog waren in Lier. Bijna alle nog levende getuigen spraken met grote bitterheid over wat toen was gebeurd. Afhankelijk van het kamp waar ze toe behoorden was het “Zwart” dan wel “Wit” die de schuld droegen van alle leed uit die loden jaren.
Er was echter één blinde vlek, waar ik me bijna gek naar zocht. Hoe zat het met de Jodenvervolging in Lier? De bestaande historische literatuur zweeg erover. De getuigen herinnerden er zich amper iets van. Joden, dat was iets in de grote steden. Niet in Lier. En ook in de herdenking leek het of de Holocaust Lier had overgeslagen. We hadden een monument voor de gesneuvelden, een kapel voor de weggevoerden, een beeld voor de neergestorte Britse bommenwerper… maar werkelijk niets herinnerde aan de Lierse Joden.

Toch, zo wist ik, moest er ergens een ‘smoking gun’ zijn. Want de Duitse bezetter had élke Belgische gemeente opgedragen een zogenaamde Jodenregister op te maken, met de namen en adressen van al hun Joodse ingezetenen. Waar die lijst voor nodig was bleek al snel: secretaris-generaal voor Binnenlandse Zaken en VNV’er Romsée verstuurde reeds op 29 juli 1941 een omzendbrief dat de gemeentebesturen deze lijsten dienden door te geven aan de SicherheitsDienst.

De Lierse Jodenlijst bleek echter onvindbaar. Pas 6 jaar later, toen ik zelf schepen van Musea en Archief was, kreeg ik een enthousiast telefoontje van Luc Coenen. Tijdens de verhuis van het stadsarchief was de Jodenlijst herontdekt.
Het lijstje zelf is van een verpletterende banaliteit. Net als de velletjes van de Wannsee-conferentie verraden ze niet de drama’s die achter het papier verborgen zaten. Een korte adressenlijst met “Joden” er in potlood boven gekrabbeld. Elf namen, vijf adressen. Daarmee leverde het Lierse stadsbestuur haar Joodse ingezetenen in feite uit aan de SD. Toen de deportaties van Joden uit België naar de vernietingskampen begon waren de gemeentelijke Jodenregisters het verlengstuk van de razzia’s.

Eén familie leek de dans te ontspringen. Ze verhuisden, zodat ze niet op het adres dat in het Jodenregister prijkte te vinden waren. Het is te danken aan Wim Govaerts en zijn werk “Lier: Bevochten, bezet en bevrijd” uit 2014 dat we intussen exact weten wat met hen is gebeurd. Zeven jaar nadat ik het spoor van het Jodenregister kwijtraakte reconstrueerde hij hun wedervaren, ondermeer dankzij de deportatieregisters van de Dossin-kazerne.

Jakob Lemel en Dyszka Zolty waren Poolse Joden die als marktkramer aan de kost kwamen. Zij vestigden zich in 1941 in Lier. Een verhuis vanuit de Zagerijstraat naar de Pannenhuisstraat 144 hield hen onder de radar van de SD. Maar mogelijk leidde een conflict met een kennis over enkele meubels tot verklikking. Hoe dan ook: amper twee maanden na de geboorte van dochtertje Mireille sloeg het noodlot toe. Op 9 juni 1944 werd het gezin ‘s morgens vroeg thuis opgepakt. Alleen vader Jakob, op terugweg van de bakker gewaarschuwd door een buur, kon ontsnappen. Met hulp van Lierenaars kon hij onderduiken op diverse locaties in Kloosterheide en Berlaar tot het einde van de oorlog.
Dyszka Zolty en haar kleine kinderen Berisch, David en Mireille werden naar de Mechelse Dossinkazerne afgevoerd. Op 31 juli vertrokken ze daar met het 26e en laatste transport naar Auschwitz. Daar werden ze wellicht meteen vergast.

Jacob Lemel zocht na de bevrijding wanhopig naar zijn gezin. Het besef dat zijn vrouw en drie kinderen waren vermoord drong slechts langzaam door. Zijn pogingen om de kennissen die hij verdacht van verklikking te doen vervolgen vielen in dovemans oren.
Het is opmerkelijk hoe dit drama in Lier compleet vergeten raakte. Ze stonden niet op de lijst met weggevoerden. Op geen enkel monument vond je hun namen. In de vele herdenkingen die er gebeurden na de oorlog zag men hen over het hoofd. Hoe komt dat?
De familie Lemel waren immigranten. Buitenstaanders. Ze hadden hier geen familie of een sociaal netwerk om hen te herinneren. In tegenstelling tot het verzet hadden ze geen organisatie achter zich die hun verhaal levend hielden, of aandrongen op herdenking. Het Jodenregister verdween ergens in een archiefdoos.

Exact zeventig jaar na hun dood kreeg de familie Lemel-Zolty opnieuw een gezicht, dankzij de herontdekking van het Jodenregister en het boek van Wim Govaerts. Ik kan met grote fierheid zeggen dat we als stadsbestuur die zeven decennia van stilzwijgen daarna hebben doorbroken.
Bij de opening van het vernieuwde Stadsmuseum in 2018 kreeg het Lierse Jodenregister een ereplaats in de permanente expo. Nooit zal het nog in de anonimiteit verdwijnen. Eén jaar later plaatsen we op de Pannenhuisstraat 144, het adres waar het drama zich voltrok, een struikelsteen. De namen van Dyszka Zolty en haar drie kinderen staan erop. Ernaast kwam een monument van Griet Smulders, die er een Hebreeuws grafschrift in verwerkte.

Het verhaal van de familie Lemel-Zolty is een klein verhaal. Nietig als je het bekijkt in de waanzinnige schaal van vernietiging die de Holocaust was. Maar dat geldt ook voor Anne Frank. En Anne Frank bewijst al bijna 80 jaar hoe belangrijk die kleine, menselijke verhalen nodig zijn om de Holocaust aanschouwelijk te maken, zeker bij jonge mensen. Dat dit vandaag ook in Lier gebeurt, daar bedank ik de Lions Lier Twee Neten en de Anne Frank Stichting uit de grond van mijn hart voor. Vandaag komt Anne Frank op bezoek in Lier, maar Dyszka Zolty, Berisch, David en Mireille Lemel zijn er in gedachten ook bij. Laat ons hopen dat ze terug trots kunnen zijn op hun stad.”